vrijdag 6 mei 2016

De Dapperstraat baat

Natuur is wat ik aan contenten laat.
En dan: is 't woord ‘natuur’ nog adequaat?
Een bos, niet groter dan een langspeelplaat,
Wat villaas in een duinenreservaat.

Geef mij de stad, die grauwe honingraat,
De waterkant met kaden vast, kordaat,
Geen wolk zo schoon dan die, in vol ornaat
Door 't zolderraam omrand, de lucht langs gaat.

Alles is veel voor wie er acht op slaat.
Het leven houdt zijn wond'ren niet paraat
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven laatst bepraat,
Verregend, in dit miezerig klimaat,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

vorm: Sonnet, slagrijm: alle regels hebben dezelfde rijmklank
© Hendrik Jan Bosman
Aan de Dapperstraat lof

De natuur is voor stakkers, tevredenen, legen.
Wat is nog natuur, in dit land?
Een stuk bos, met wat moeite zo groot als een krant,
Of een heuvel met villaas ertegen.

Geeft u mij maar de steedse, wat grauwere wegen,
De kade die 't water omspant,
En de wolken, het schoonste wanneer ze, omrand
Door een zolderraam, derwaarts bewegen.

Zo blijkt alles nog veel voor wie weinig verwacht
Het bestaan houdt zijn wonderen stil
Tot het eensklaps hun majesteit toont.

Dit idee heb ik laatst bij mijzelf overdacht,
Wat verregend, 't was ochtend en kil,
In de Dapperstraat, happy en stoned.

vorm: Sonnet, met anapest (da da DUM) als versvoet.
© Hendrik Jan Bosman

donderdag 5 mei 2016

Enkel de Meer

De Peel trekt slechts tevredenen en legen.
En zeg me: rest er wel een Peel? Welnee:
Een veld ter breedte ener NRC,
Een berg met één, twee geveltjes ertegen.

Geef me veeleer de sleetse, steedse wegen,
De eng met repen steen beklemde zee,
Geen beter beeld: Het regendek, gedwee
Begrensd met vensters, tegen 't zwerk bewegend.

Heeft men geen wensen, telt men 't meeste veel.
Het leven weet het heel wel te verhelen,
't Geeft echter weleens veel verhevens weer.

Het denkbeeld werd verleden week mijn deel
Verregend, heel klef weer, en best te velen,
Gezegend en tevreden met de Meer.

vorm: Sonnet, lipogram: de e is de enige klinker
© Hendrik Jan Bosman
Alleen de Dapperstraat 

Het landschap trekt tevredenen en legen.
En wat heet landschap dan, van Nederland?
Een randje sparren, smaller dan een krant,
Een zandtaart met wat caravans ertegen.

Geef me de kale Amsterdamse wegen,
De met kaden vastgeklemde waterkant,
Geen zachter schaapjes dan er aan de rand
Van 't achterraam de hemel langs bewegen.

Alles weegt veel als men geen baal verwacht.
Het leven zal vaak raadselen verbergen
Maar geeft ze, eensklaps, een verheven staat.

Dat heb 'k laatst met mezelven eens bedacht,
Verregend, waar de neerslag me bleef tergen,
Platweg extase, aan de Dapperstraat.

vorm: Sonnet, lipogram:  e en a zijn de enige klinkers
© Hendrik Jan Bosman

woensdag 4 mei 2016

Alleen in het Amsterdamse Bos

Een stukje in de stedelijke krant,
het houdt mijzelven bij dit grauwe leven.
De lucht: veel wolken, en wat is ertegen
als morgen zo in schoon nog is omrand?

Nooit heb ik mij veel wonderen verwacht.
Wie ze wat overdacht toont vastgeklonken:
het is of wegen domweg zijn verborgen
tot villaatjes in de natuur ter land.

Geef dan tevredenen hun Dapperstraat
met legen waterkant, langs kaden. Een voor een,
in miezerigen grootte: alles staat 

verregend voor de hogen zolderramen.
Dan bewegen ze opeens door de natuur.
(Niet op een heuvel van dit bos, gelukkig)

woordelijk naar Bloem
vorm: Sonnet, anaclept: alle woorden van het origineel,
opnieuw gerangschikt ('anagram' op woordniveau)
© Hendrik Jan Bosman
Schering en inslag

I
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan, wat is natuur nog in dit land?
Een stukje park, ter grootte van een krant,
Ik kom er net een koppel duiven tegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De'in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, door een dakraam fraai omrand,
Die mij verrukkend langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen,
Toch weet ik soms dat alles hierom gaat.

Zo heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.


II

Natuur is voor tevredenen of legen,
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht,
Zo heb ik bij mijzelven overdacht.

En dan, wat is natuur nog in dit land?
De' in kaden vastgeklonken waterkant?
Het leven houdt zijn wonderen verborgen,
Verregend, op een miezerigen morgen.

Een stukje park, ter grootte van een krant,
De wolken, door een dakraam fraai omrand:
Toch weet ik soms dat alles hierom gaat,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Ik kom er net een koppel duiven tegen
Die mij verrukkend langs de lucht bewegen.


vorm: Sonnet, in II bestaat de eerste strofe uit alle eerste stroferegels uit I,
de tweede strofe uit alle tweede stroferegels uit I, enzovoort.
© Hendrik Jan Bosman

dinsdag 3 mei 2016

Terug in de Dapperstraat

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat,
verregend, na een miezerigen nacht,
heb ik dit bij mijzelven overdacht:
Tot het haar, opeens, toont in haar hogen staat,

verbergt het leven heel zijn wond're pracht.
Alles is veel voor wie niet geeft om maat:
Wie ze door zolderramen gadeslaat,
heeft wolken nooit zo schoon als dit geacht.

De'in kaden vastgeklonken waterkant,
geef mij de grauwe, stedelijke wegen!

Want heuvels met wat villaatjes ertegen,
een stukje bos, ter grootte van een krant,

zeg zelf: wat is natuur nog in dit land?
Natuur is voor tevredenen of legen.


vorm: Sonnet, de versregels in omgekeerde volgorde
© Hendrik Jan Bosman

Via Frits Criens ontving ik een groot aantal pastiches van H.J.Bosman, in sonnet- of andere vorm, van Bloem's Dapperstraat. We kunnen weer even voort.
Voor de website van Bosman klik hier